De Gezaghebber van het eilandgebied Bonaire, mr.dr. Glenn Thode heeft gemeend op grond van artikel 98 ERNA de afkondiging van de op 29 januari 2010 door de meerderheid van de Eilandsraad aangenomen ‘Eilandsverordening Referendum Bonaire 2010′ te moeten opschorten.Daarvan heeft hij op 2 februari 2010 mededeling gedaan aan de Gouverneur en aan de Eilandsraad.De Gezaghebber grondt zijn besluit op het feit dat de eilandsverordening onvoldoende rekening zou houden met adviezen van het VN Rapport “Recommendations of the Needs Assessment Mission to Bonaire- 1 to 5 December 2009′, waarbij de Gezaghebber met name verwijst naar aanbevelingen I t/m IV van het VN Rapport. De Gezaghebber is van oordeel dat indien een referendum gehouden zal worden op grond van de aangenomen eilandsverordening dit de toets aan het internationale recht niet zal doorstaan. De Gezaghebber acht deze gang van zaken strijdig met het algemeen belang van het Koninkrijk.
Onze analyse leert het volgende: Aanbeveling I van het VN Rapport betreft de datum van het te houden referendum. De rapporteurs van de VN hebben het Bestuurscollege voorgehouden bepaalde cruciale beslissingen (zoals het vaststellen van een referendumverordening, benoeming van een referendumcommissie en vaststelling van stemrecht criteria) uiterlijk in December 2009 te nemen, zodat het referendum in maart of april 2010 gehouden zou kunnen worden. Aangezien deze beslissingen op 29 januari 2010 door de Eilandsraad zijn genomen, is de Gezaghebber kennelijk van oordeel dat er onvoldoende voorbereidingstijd is om het referendum van 26 maart 2010 op verantwoorde wijze te houden.Wij zijn een andere mening toegedaan. Wij brengen in herinnering dat sedert 15 september 2009 een Referendumcommissie Bonaire 2009 (een voorbereidingscommissie) is ingesteld,die gedegen voorwerk verricht heeft.Het VN rapport stelt dat een degelijke voorlichtingscampagne 6 tot 8 weken vergt. Ook hiervoor is er nog voldoende tijd.Van strijd met internationaal recht is in elk geval geen sprake.
Aanbeveling II betreft de vraagstelling. De rapporteurs vonden de vraagstelling voorgesteld door de Referendumvoorbereidingscommissie ‘not at all clear’. Daargelaten of de VN rapporteurs op dit punt al of niet gelijk hebben, de Eilandsraad heeft na ingewonnen advies van enige prominente juristen een andere vraagstelling voorgesteld. Ook m.b.t. deze nieuwe vraagstelling is er naar onze bescheiden mening geen strijd met internationaal recht.
Aanbeveling III hield in dat voor zover mogelijk gestreefd moest worden naar consensus bij vaststelling van de referendumverordening. Het is niet gelukt consensus te bereiken, maar de Eilandsverordening Referendum Bonaire 2010 is wel met de wettelijk vereiste meerderheid vastgesteld. De VN rapporteurs hebben overigens slechts gesteld dat consensus ‘good practice’ is en bovendien dat “this is not a requirement of international standards’. Ook hier geldt weer dat er geen strijd is met enige bepaling van internationaal recht.
Onder aanbeveling IV hebben de VN rapporteurs de opmerking gemaakt dat het ‘problematisch’ zou zijn indien het criterium van ‘vijf jaar onafgebroken ingezetenschap’ voorgesteld door de Referendumvoorbereidingscommissie gehanteerd zou worden voor stemgerechtigdheid van Nederlanders (lees: personen met de Nederlandse nationaliteit). Daarbij werd gesteld dat zulks ernstige vragen oproept met betrekking tot mensenrechten en billijkheid. Ten aanzien van de stemgerechtigdheid van personen met de Nederlandse nationaliteit bepaalt artikel 2 lid 1 van de Referendumverordening Bonaire 2010: ‘Stemgerechtigd bij het referendum zijn degenen, die vijftig dagen voor de datum van het referendum ingezetenen van het eilandgebied Bonaire zijn, mits zij Nederlander zijn en op de dag van het referendum de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, met dien verstande dat niet in de Nederlandse Antillen geboren Nederlanders stemgerechtigd zijn indien zij niet later dan op 1 januari 2007 ingezetene waren van Bonaire.”
De Eilandsraad heeft het door de Referendumvoorbereidingscommissie voorgestelde criterium m.b.t. stemgerechtigdheid van Nederlanders derhalve aanzienlijk afgezwakt.
In de Memorie van Toelichting van de desbetreffende eilandsverordening is onder aanhaling van jurisprudentie van de Human Rights Committee ex artikel 28 van het IVBPR (zaaknr.932/2000 inzake Gillot et al.vs.France) omstandig uitgelegd waarom in een referendum gehouden in het kader van de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht internationaalrechtelijk onderscheid mogelijk is tussen Nederlanders die op de Nederlandse Antillen geboren zijn en Nederlanders die elders geboren zijn. Ook hier is er geen sprake van schending van internationaal recht.
Ten aanzien van stemrecht voor niet-Nederlanders geven de VN rapporteurs expliciet aan dat het geen internationaal vereiste is dat niet -Nederlanders mogen stemmen in het referendum en dat het de Eilandsraad vrijstaat (‘at the discretion of the island council’) om te bepalen dat die groep een bepaalde tijd (in casu 10 jaar) ingezetene moet zijn geweest om te mogen stemmen.
Onze conclusie kan gezien het voorgaande niet anders zijn dan dat van strijd met het algemeen belang van het Koninkrijk geen sprake is. De Eilandsverordening Referendum Bonaire 2010 voldoet zowel procedureel als inhoudelijk aan alle wettelijke vereisten en is niet in strijd met het internationale recht. Afkondiging door de Gezaghebber zal derhalve spoedig moeten plaatsvinden. Zelfs het adiëren van de Gouverneur zal in deze geen verandering kunnen brengen.
Namens de beweging ‘Awor T’e Ora’
ing. Johan ‘Jopey’ E. Giskus mr. Eugene R. Abdul,
coordinator juridisch adviseur
Bonaire, 2 februari 2010